Foto: Lesauto Randenbroek Verkeersopleidingen

Het rijexamen B

Zelfstandig een route rijden.

Tijdens de rit zal er 10 á 15 minuten zelfstandig een route gereden worden, dit gebeurd door middel van één van de volgende mogelijkheden:

· Via een navigatiesysteem kan er naar een bepaald adres gereden worden.

· Door middel van cluster opdrachten.

· Aan de hand van coördinatiepunten.

Het navigatiesysteem.
De examinator zal  een adres opgeven waar naartoe gereden moet worden via de kortste weg.

De kandidaat is verplicht het navigatiesysteem te gebruiken als de examinator hierom vraagt.

Door middel van cluster opdracht.
De kandidaat krijgt opdracht om zelfstandig naar een bepaald punt te rijden aan de hand van een tevoren aangegeven route bijvoorbeeld.: einde weg rechts, tweede verkeerslichten links en na het tankstation rechtsaf.

De opdracht zal minimaal drie en maximaal vijf opdrachten bevatten. Bij drie opdrachten moet er één en bij vijf twee markante punten in de route zitten. Markante punten zijn (o.a. kerk, tankstation, treinstation, school enz.)

Dit is hetzelfde, als wanneer je aan iemand de weg vraagt, dan moet je ook zo je route onthouden, zeer praktijk gericht dus.

Coördinatiepunten.
In examenkring Leusden zijn meerdere coördinatiepunten aangewezen. Dat kan bijvoorbeeld een kerk of een winkelcentrum zijn. De kandidaat moet zelfstandig vanaf het examencentrum naar één van deze punten rijden of omgekeerd terug naar het examencentrum.

Wat te doen als je verkeerd rijdt?
Probeer dan zelfstandig een oplossing te vinden en wanneer je het helemaal niet meer weet stop dan op een veilige plek en vraag de route opnieuw.

Bijzondere Manoeuvres:

Bij de bijzondere verrichtingen is het de bedoeling dat je  zelfstandig één van de volgende bijzondere manoeuvres kunt uitvoeren:

· Omkeeropdracht (keren, halve draai, bocht achteruit)

· Parkeeropdracht (op een willekeurige parkeerplaats

· Stopopdracht (achter een auto en in één keer weer wegrijden)

Er wordt dus niet aangegeven dat je moet keren of een bocht achteruit moet doen, alleen dat je moet omkeren, parkeren of stoppen: hoe en waar bepaal je zelf.

Situatie bevraging.

De examinator kan na het oplossen van een verkeerssituatie de kandidaat vragen om te stoppen en uit te leggen waarom de kandidaat de situatie zo heeft opgelost en waar hij rekening mee heeft gehouden bij het maken van zijn keuzes (let op dit wil absoluut niet zeggen dat het fout is gegaan).

Zelfreflectie.

De kandidaat vult voor het examen een formulier in waarop hij zijn eigen rijden beoordeelt.

Bij aanvang van het examen overhandigt hij dit formulier in een gesloten enveloppe aan de examinator die deze enveloppe pas open maakt na de examenuitslag.

Het nieuwe rijden.

Steeds meer zal er op het nieuwe rijden beoordeeld worden, dus o.a. op tijd schakelen en zoveel mogelijk bij het stoppen de auto uit laten rollen in de versnelling.

Tot zover deze informatie.

Voor vragen mag je altijd mailen naar info@randenbroek.net